►DISCUSSIES & VERSLAG KUNSTMAROKKANEN IN NEDERLAND
Verslag debat Kunst & Architectuur Vrije Academie Den Haag 6 januari 2006
Deelnemers aan het debat waren Hedy D’Ancona (bestuurslid ATANA, voorm. Min.v. Cultuur), Aaron Betsky (Archtitect, dir. Ned. Architectuur Instituut), Samir Bantal (architect, deelnemend kunstenaar) en Siebe Tettero (architect, hoofd tentoonstellingen Centraal Museum).
Betsky beet de spits af door te melden dat het NAI in de komende periode aandacht zal schenken aan de relatie tussen Nederlandse en Arabische architectuur, vooral gezien vanuit de jeugdcultuur. D’Ancona was van mening dat er in Nederland al zoveel monsterlijke gebouwen stonden dat de paar moskeen die daar bijgekomen waren niet echt van invloed waren op de Nederlandse architectuur. Zij constateerde dat er te weinig rekening werd gehouden met de woonwensen van de toekomstige bewoners. Bovendien was het een feit dat mensen die zich weinig kunnen veroorloven vaak in de minst interessante woonwijken terecht kwamen wat niet bijdroeg aan het woongenot. En bovendien worden de oude vertrouwde woningbouwverenigingen tegenwoordig ook eigenlijk ordinaire projectontwikkelaars.
Bantal stelde dat de doorsnee woning in Marokko tegenwoordig niet alleen een Marokkaanse kamer had maar ook een westerse wat toch opmerkelijk was. Tettero vond dat de architect van tegenwoordig niet alleen een erg pragmatische invulling gaf aan zijn of haar ontwerp maar dat het bouwen ervan erg duur geworden is !
Op de vraag van Yousif of de debatleden aan konden geven wat voor hen nu een icoon was ofwel wat men het mooiste gebouw vond kamen de volgende antwoorden:
Tettero koos voor het MOMA in New York, Bantal voor een gebouw van Calatrava in Valencia, Betsky voor de tramtunnel van OMA in Den Haag en D’Ancona voor het Muziekgebouw aan ‘t IJ in Amsterdam. ‘Ieder mooi gebouw is van ons allen; ieder lelijk gebouw stoort ons allen’.
Men constateerde dat een land iconen nodig heeft om trots op te zijn, dat bijdraagt aan de identiteit van een land. Nederland kan dan wel bogen op zijn molens maar eigenlijk is de molen afkomstig uit Egypte en de tulpen uit Turkije. Iconen zijn mengvormen geworden.
Betsky vond dat Nederland geen echte mooie hoogbouw heeft waarop Tettero aangaf dat de hoogte van een gebouw zoals een kerktoren of de minaret van een moskee niet echt relevant is, maar puur functioneel (een klok in de kerktoren en het geluid dat over de stad moet uitklinken). Tegenwoordig worden hoge kantoorgebouwen neergezet, hoe hoger het gebouw, hoe zichtbaarder de macht.
Vanuit de zaal kwam de reactie dat sociale woningbouw bijdraagt aan het woongenot en dat er daardoor minder sociale problemen komen in een wijk. Bantal stelde dat Nederland het in vergelijking met andere landen nog niet zo slecht doet. Echte sloppenwijken kennen we hier niet.
Betsky vond dat in Nederland nog veel te weinig aandacht is voor de openbare ruimte, te weinig mooie pleinen vond ook D’Ancona. Men was het erover eens dat als er blijkbaar zoveel jeugd in de openbare ruimte ‘hangt’, er misschien minder overlast zou worden ervaren als er meer aandacht zou worden besteed aan de architectuur van die openbare ruimte.
Op de vraag van Yousif of architectuur zich ook moet richten op de toekomstige bewoners werd aangegeven dat er rekening gehouden moest worden met een multicultureel gebruik, niet alleen de binnenruimte is bijv. belangrijk maar ook de buitenruimte van een woning en daarnaast ook zeker op het gebruik van de openbare ruimte. Iedereen was het erover eens dat we nog lang niet uitgebouwd zijn en dat er in Nederland nog heel veel kansen liggen. Een gedeelde wens voor de toekomst is dat ook besturen en ‘beslisteams’ door een minder masculiene en minder blanke samenstelling een betere afspiegeling van de samenleving gaan vormen, en daardoor hun werk beter af kunnen stemmen op wensen van de uiteindelijke gebruikers.
MAASTRICHT – 18 december 2005
Op zondag 18 december is in het Maastrichtse Centre Céramique de vijfde editie van Kunstmarokkanen van start gegaan. In een prachtige tentoonstellingsruimte werd de tentoonstelling officieel geopend door wethouder Jacques Costongs. De wethouder gaf blijk van een buitengewoon bevlogen inzicht en in een zeer inspirerende speech riep hij iedereen op om toch vooral met en van elkaars cultuur te genieten en dat we moeten stoppen met de zware discussies over integratie. 'Als er een land is waar zoveel culturen door elkaar leven is het Nederland wel en dat is toch een grote verrijking'. Hij was zeer onder de indruk van de kwaliteit van de tentoonstelling Kunstmarokkanen en verguld met de komst hiervan naar Maastricht.

Verder werd deze middag verlevendigd door muziek van Levon Leonard, die enkele prachtige 'oriental-western fusion' pianostukken bracht, een lezing van Kahlid Boudou, de schrijver van de filmhit 'Het Schnitzelparadijs', en een prachtig optreden van de Maastrichts-Marokkaanse Raïband met dherbuka, zang, keyboard en bendir. Door dit alles, een prachtig banket en de constant af- en aanlopende mensen, was Centre Céramique deze zondag een prettig en zeer dynamische decor voor 'Kunstmarokkanen versie 5.0'.
DEBATVERSLAG GRONINGEN – 25 november 2005
Verslag debat over Kunst en Politiek, Remonstrantse Kerk Groningen, 25 november 2005.
Deelnemers aan het debat waren Rutger Middendorp (Nieuwe Garde), Bernadette ten Hove (beeldend kunstenaar en a.i.hoofd autonome kunst bij de Minerva Academie) en Wafae Ahalouch el Keriasti, beeldend kunstenaar en deelnemer aan Kunstmarokkanen. Gespreksleider was uiteraard Tarik Yousif.
EINDHOVEN
De Eindhoofse editie van Kunstmarokkanen liet zien hoezeer de ruimte ook weer een bepalende factor is voor de tentoonstelling. Alhoewel vloer 2 van de Design Academy / DeWitteDame aanvankelijk misschien een lastige ruimte leek om in te richten was het bijzonder om te zien dat de tentoonstelling in een heel andere opstelling ook weer echt een heel andere tentoonstelling oplevert. De individuele werken leken, doordat ze veel dichter op elkaar stonden, met elkaar in gesprek. Na de officiële opening door wethouder Mw. Mittendorf, volgde een boeiend debat over Kunst&Vernieuwing, dat nog door bleef borrelen nadat het officieel was afgelopen.
DEBATVERSLAG EINDHOVEN - 4 november 2005
Deelnemers aan het debat: Ab Hofstee, voormalig hoofd kunst en cultuur Gemeente Eindhoven. Cindy van den Breemen, ontwerpster en Hamid El Kanbouhi, beeldend kunstenaar en deelnemer Kunstmarokkanen. Debatleiding: Tarik Yousif.
Rode lijn in dit debat is de vraag in hoeverre je familieachtergrond, je afkomst van invloed is op je werk als kunstenaar. Ab start de discussie dat hij geconfronteerd wordt met eigen stereotiepen. Hij verwacht eigenlijk traditioneel werk te zien op deze tentoonstelling, nml. schilderijen. Cindy studeerde 6 jaar geleden af aan de Designacademy met als onderwerp hoofddoekjes. De reden daarvoor was de negatieve beeldvorming die ontstond naar aanleiding van een aantal rechtzaken hierover. Vraagstelling voor haar was wat doe je hieraan als Nederlander, welke haar inspireerde in haar taak als ontwerper.
Een van haar vaststellingen was dat vrouwen hier ook vaak zelf voor kiezen, vooral ook vrouwen die een eigen toekomstkeuze kunnen maken. Hamid reageert op de vraag van Tarik waarom hij in Eindhoven zijn kunstwerk (een huisje) heeft afgesloten met het antwoord dat hij eigenlijk niet mee wilde doen aan Kunstmarokkanen omdat hij niet als Marokkaan gevraagd wilde worden, niet gebruikt wilde worden en eigenlijk alleen maar meedeed omdat de organisatie hem hiermee de mogelijkheid gaf om een kunstwerk te maken.
Door de politiek worden veel “vlekken”, misstanden gecreëerd, waarvan van de kunstenaar vaak verwacht wordt dat hij middels een werk hierop reageert. Hamid wil onafhankelijk zijn, samenleving en filosofie zijn zijn inspiratiebronnen. Ab reageert hierop dat in de jaren zestig kunstenaars maatschappelijk geeangeerd waren en vaak in protestvorm hun werk presenteerden, in navolging van bijv. kunstenaars tijdens de Russische revolutie, waarin kunst een belangrijke functie had. In de jaren tachtig werd kunst meer autonoom, l’art pour l’art.
Cindy constateert een verschil tussen kunstenaar en vormgever. Een vormgever is meer maatschappelijk gericht en dat is zien in het werk. Ab stelt dat kunst niet altijd ingezet kan worden in maatschappelijke processen.
Hamid brengt naar voren dat als je Marokkaanse kunst wilt zien je dan naar Marokko moet gaan. Als individu heb je te maken met je eigen persoon en van daaruit maak je je werk. ‘Ik heb er niet voor gekozen om in Marokko geboren te worden, dat is een toeval. Mijn werk kan je omschrijven met: koe, pot, pak… Het gaat over jou en over mijzelf. Ik observeer en infiltreer’.
Cindy vindt dat het aan de kunstenaar zelf is of je je achtergrond wel of niet gebruikt.
Hamid zegt dat de burka bijv. een Nederlandse uitvinding is. ‘In Marokko heb ik dat nooit gekend, wij gebruikten als gezin een witte deken die multifunctioneel zowel overdag als ’s nachts werd gebruikt’.
Ab vraagt of je achtergrond misschien toch ook positieve invloeden kan hebben waarop Hamid antwoordt dat zijn kunst vanuit hier komt. Hij hoopt dat kinderen die hier nu geboren zijn niet aangesproken worden op hun afkomst. De media hebben hier ook veel invloed op en dragen te negatief bij in de opinievorming.
AMSTERDAM – 14 oktober 2005
Na een door iedereen betreurde vertraging ging vrijdag 14 oktober de Amsterdamse aflevering van Kunstmarokkanen van start. Dankzij een overweldigende opkomst van een ieder die het project een warm hart toedraagt, en verpletterende media-aandacht, was de opening buitengewoon geslaagd te noemen, en maakte het tweede debat, met als thema 'Kunst en ondernemerschap', de avond compleet.
DEBATVERSLAG AMSTERDAM - 14 oktober 2005
Vrijdag 14 oktober vond vanaf 19.30 uur het tweede debat plaats; Dit debat had als thema: ‘Kunst en Ondernemerschap’ en stond in het teken van de Creative Industries. In het debat stonden twee stellingen centraal: 1. Kunstenaars moeten tevens ondernemer zijn, en ondernemers moeten creatiever denken, en 2. De waarde van creativiteit in een onderneming is een diepte-investering die een lange adem vereist.
Plaats: Post CS-gebouw, Amsterdam
Kort verslag door Janneke van Lisdonk
Gespreksleider: Tarik Yusef.
Deelnemers aan het debat: Esma Choho (journalist en ondernemer), Peik Suyling (voorzitter van de Amsterdam Creativity Exchange), Mustapha Baba (betrokken bij het opzetten van het Centrum voor Islamitische Kunst en Cultuur), Marieke van Schijndel (adviseur bij de Mondriaan Stichting), Abdellatif Benfaidoul en Said Mahrouf (kunstenaars bij Kunstmarokkanen).
Bij dit tweede debat zijn mensen van verschillende achtergronden, met verschillende netwerken bij elkaar gekomen, waarin een ontmoeting is ontstaan tussen verschillende werelden. Een ontmoeting tussen kunst en commercie. In dit debat staan de termen kunst en ondernemerschap centraal. Aan verschillende deelnemers is gevraagd wat er bij hen opkomt bij de termen kunst en ondernemerschap. De termen ‘passie’ en ‘noodzaak’ werden vaak genoemd.
Kunstenaar Said Mahrouf vindt het ondernemerschap noodzakelijk. Hij probeert per jaar minimaal drie projecten binnen te halen omdat hij er anders niet van kan leven. Hij stelt ‘de passie, de wil en een idee zijn er absoluut, maar om dat uiteindelijk te vertalen naar het werk wat je graag wilt doen, dat valt niet mee’. Ondernemerschap is theorie, maar de vertaling naar de praktijk wordt door de kunstenaar moeilijk gevonden. Said Mahrouf vindt dat je in de loop der jaren wel steeds behendiger wordt in het ondernemen van het kunstenaarsschap.
Kunstenaar Abdellatif Benfaidoul stelt dat je als kunstenaar altijd ondernemer bent. Abdellatif Benfaidoul: ‘kunst is spiritueel en een persoonlijke noodzaak om het met andere mensen te delen’.
Peik Suyling brengt als voorzitter van de organisatie Amsterdam Creativity Exchange het ondernemen en creativiteit bij elkaar en creëert een netwerk, een omgeving welke als meerwaarde kan dienen voor de maatschappij. Op de vraag of het ondernemerschap een noodzaak of passie is, antwoord Peik Suyling: ‘ondernemerschap is passie, maar het is ook een uitdaging om kunst en ondernemerschap bij elkaar te brengen. Als het in een combinatie met elkaar in ontwikkeling wordt gebracht, is het niet meer een noodzakelijk kwaad’.
ROTTERDAM – 16 september 2005
De officiële opening op 16 september in Rotterdam was een feestelijke start. De opluchting bij zowel de kunstenaars als de organisatie was duidelijk merkbaar na een drukke periode van voorbereiding en aan het eind nog de ongewenste maar noodgedwongen wisseling van locatie. Met ongeveer 100 bezoekers en een inspirerende toespraak van Charlotte Huijgens van het Wereldmuseum kan Kunstmarokkanen eindelijk aan zijn publieke periode beginnen.
DEBATVERSLAG ROTTERDAM – 23 september 2005
Verslag debat Kunstmarokkanen - Kunst & Trends, 23 september, Imax theater, Rotterdam
Gespreksleiding : Tarik Yusef.
Aanwezig : Amel Bouazizi (kunstenaar / fashionizer), Samir Bantal (architecturaal vormgever), Fatima Hamzaoui-Mzallassi (bouwkundig ingenieur), Yonca Ozbilge (projectleider creatieve industrie in Rotterdam en Istanbul), en Ahmed Larouz (cultureel adviseur, Mex-it en TANS).
Het eerste debat van Kunstmarokkanen leverde een boeiende discussie op over in hoeverre we vast moeten houden aan culturele tradities, ook al kunnen deze nog wel eens in strijd zijn met onze eigen visies en ons leven hier en nu. Een voorbeeld was o.a. de bouw van een moskee in een woonwijk en in welke mate de wijk invloed heeft op de architectuur en in hoeverre traditionele eisen wel/niet van belang zijn.
Yonca Ozbilge stelde aan de orde dat de trend heden ten dage gericht is op multidisciplinaire cultuuruitingen: men wil meer ervaren op een gezamenlijk moment en op een plek. Ahmed Larouz vult aan dat een gala heel erg in is. Jongeren zijn meer urban gericht. Kunst en cultuur zou binnen de club-scene een belangrijke(re) rol moeten/kunnen vervullen. Ook al staan die ervaringen in wezen lijnrecht tegenover elkaar; de ervaring van kunst vergt vanuit zichzelf aandacht, stilte en inlevingsvermogen, terwijl het ‘urban’ aanbod voornamelijk bestaat uit grootse cultuurexplosies op een gezamenlijk gekozen moment (gala's, party's, videoshows etc.)
Fatima Hamzaoui-Mzallassi doet onderzoek naar 'het huis vesten', en richt zich hierbij specifiek op een gebied in Zuid Spanje, dat bestaat uit allerlei kleine dorpjes, waar berbers en moren zich ooit gevestigd hebben; wat zijn de niet-westerse invloeden op deze architectuur en hoe is dat ontstaan? Dit onderzoek is van belang voor herstructureringswijken, ook in Nederland.
Samir Bantal vindt het onbegrijpelijk dat architectuur met Marokkaanse of Oosterse invloeden zo fake en ‘copy-paste’ wordt nagebouwd in o.a. Nederland en vraagt zich af waarom de architectuur niet een
meer hedendaags gezicht kan hebben. Hij geeft als voorbeeld Japan, waar de hedendaagse architectuur bijvoorbeeld door een nieuwe eigentijdse lading een godsdienstige betekenis gegeven wordt. Tadao Ando heeft dat gedaan met betonnen verstilde gebouwen, waarbij het kruis in de ruimte wordt uitgespaard.
En waarom wordt er geen rekening gehouden in de stedenbouwkundige plannen met de context waarin bijvoorbeeld een moskee wordt gepland en gesitueerd. Hij ervaart kunst en architectuur als een uitlaadklep om maatschappelijke tendensen te analyseren en merkt dat architecten steeds meer rekening moeten houden met emotionele en fysieke zekerheden en meer security in hun planvorming moeten inbouwen.